B6b70ecfade8d3a9a176562c73843357dee885c2

“Dit is het en we gaan er het beste van maken”

Pascalle Wetzels

2018 - Het is moeilijk om een voorstelling te maken bij het leven van een vrouw met een echtgenoot met een dwarslaesie. Wij vroegen Pascalle Wetzels-Savelkoul, vrouw van Jos, hoe je je staande houdt als je leven plotsklaps stilstaat als gevolg van een fietsongeval. Pascalle: “Het diepe zwarte gat waarvoor we steeds gewaarschuwd werden en worden is gelukkig nog nooit gekomen. We blijven altijd positief, gaan gewoon door. We hebben geen keus.”

Pascalle is al bijna dertig jaar getrouwd met Jos. Samen wonen ze in Banholt, waar hun huis inmiddels volledig is aangepast. Op 28 mei 2016 veranderde het leven van Pascalle en Jos volledig. “Jos ging, zoals wel vaker, in zijn eentje fietsen. Hij had mij niet gezegd waarheen. Toen ik thuis kwam, was Jos nog niet thuis. Ik belde hem maar kreeg geen reactie. Toen bekroop me het gevoel dat er iets mis was. Op een gegeven moment belde Jos op de thuistelefoon. Hij vertelde dat hij in een Belgisch bos lag en dat hij zich niet kon bewegen. Toen hing hij op. Ik hoorde aan zijn stem dat hij onderkoeld was. Even overviel me paniek, maar toen ben ik direct heel kordaat te werk gegaan. Ik belde 112, vrienden en familie. Uiteindelijk kreeg mijn zwager Jos telefonisch te pakken nadat Jos zélf ook al 112 had gebeld en exact kon zeggen waar hij lag. Daarna is hij snel gevonden.”

"We gaan dit samen doen"
Pascalle: “Jos werd naar het ziekenhuis in Aken gebracht, waar zijn zussen, mijn zwagers en ik op hem stonden te wachten. “Het eerste wat ik tegen Jos zei was ‘we gaan dit samen doen’. En zo geschiedde. Jos was er heel erg slecht aan toe. Al snel kregen we het nieuws dat Jos een dwarslaesie had op niveau C4/C5; de kans op lopen zou minimaal zijn, hij zou nog verschillende keren geopereerd moeten worden, een lange revalidatie zou volgen… We hebben het er zelfs over gehad wat we moesten doen als Jos slecht uit de eerste operatie zou komen en hij alleen nog door een pijpje kon ademen. Gelukkig ging het goed. Na 14 dagen ziekenhuis werd Jos overgebracht naar Adelante in Hoensbroek.”

Ze vervolgt: “Als partner van, werd ik direct betrokken bij het hele proces bij Adelante. Ik kreeg een meeloopdag, dat was heel fijn. Ik mocht ook steeds bij de maandelijkse teambespreking over Jos aanwezig zijn. Ik ben communicatieadviseur van beroep; ik kan daardoor goed dingen overzien en kritisch zijn. Als wij iets wilden of graag anders zagen, dan bespraken wij dat. Adelante stond hier absoluut voor open. We waren geen nummer en er werd echt gekeken naar ons als mens, naar onze wensen, onze behoeftes. Natuurlijk zijn er de standaard protocollen, maar de mens staat zeker centraal bij Adelante. Zo hadden wij niet zo’n behoefte aan psychische hulp. Dit werd tóch steeds aangedragen, maar niet opgelegd. Wij willen niet betutteld worden en dat werd geaccepteerd. Ik ben overigens heel assertief, heel direct, en dat is sinds het ongeval heel nuttig gebleken. Ik ben als een leeuwin tekeer gegaan om het beste voor Jos voor elkaar te krijgen; in het ziekenhuis, bij Adelante en zeker ook bij de gemeente. Hierdoor zijn we uiteindelijk bijvoorbeeld in ons eigen huis kunnen blijven wonen en is dit volledig rolstoelvriendelijk gemaakt.”

"Je bent niet mijn verpleegster"
“Tijdens de eerste maanden van de klinische revalidatie kon Jos helemaal niks. Terwijl Jos revalideerde ben ik gewoon doorgegaan met werken, sociale verplichtingen, noem maar op. ’s Avonds bezocht ik Jos, elke dag. Samen met vele anderen, Jos heeft bizar veel bezoek gehad. Ik maakte schema’s en regelde alles, alles liep via mij. Het was een goede tijd bij Adelante. We hebben heel veel gelachen ondanks de ellende. Het dwarslaesieteam is top. De verpleging, artsen, therapeuten… Er is altijd ruimte voor een gesprek. Bij Adelante komen ze je kamer op om te helpen.”

“Na enkele maanden ging Jos snel vooruit. Afgelopen februari mocht hij na negen maanden naar huis. Zo’n 24 mensen maakten ons huis klaar voor Jos. Zijn thuiskomst was heel heavy omdat hij op dat moment een fikse griep had. Gelukkig kregen we direct veel hulp van verpleging en werden mij tijdens de klinische revalidatie en ook thuis veel tips en trics geleerd. Het is voor mij ook lichamelijk zwaar om Jos te helpen, maar ik heb dit nooit als belastend ervaren. Jos heeft steeds gezegd ‘je bent mijn vrouw en niet mijn verpleegster’ en zo proberen we ook te leven.

“Ik ben al die tijd heel erg kalm gebleven. Door de shock kom je in een soort van overlevingsstand. Ik heb geknokt, gewerkt, gepland, geregeld. Geen moment heb ik gedacht ‘mijn wereld stort in’. Dit is het en we gaan er het beste van maken! Jos en ik kunnen goed samen praten, ook als we verdrietig zijn. We hebben constant heel veel mensen om ons heen, ons vangnet. Ik heb me verbaasd over hoeveel mensen er altijd voor ons klaar stonden en nog steeds staan. Ik hoef maar een oproepje voor een klusje te doen en er melden zich tig mensen. Daar ben ik enorm dankbaar voor.”